Van wie is de verbeelding?

Gepubliceerd op 25 november 2021 om 10:53

Stefan Hertmans ziet (wereld)literatuur als een voortdurende estafette van pogingen zich de Ander zo goed mogelijk in te beelden. Voor (gelijk)waardigheid is verbeelding nodig. Literatuur biedt die mogelijkheid en bewijst daarmee jaar bestaansrecht. In zijn Van der Leeuw -lezing (19/11/'21) te Groningen legt hij de paradoxale waarheid bloot die schuil gaat achter de kreet Die Gedanken sind frei die 'de grondwaarheid leek te bevatten van het democratisch principe.' Maar 'uiteindelijk vervalt de kreet in een haast fatalistisch recht: ik kan in stilte toch denken wat ik wil.' Vrijheid van denken is in onaantastbare vorm een wapen dat zich tegen de democratie kan keren. 

In twee romans, Het verborgen weefsel / De bekeerlinge, heeft hij geprobeerd een personage van binnenuit te beschrijven en  leren kennen. Pogingen om 'even de Ander te worden en in diens of dier huid te kruipen. Niet om ons de Ander toe te eigenen, niet om aan culturele toe-eigening te doen, maar om onze eigen individualiteit te verruimen.' 

Als dat lukt gaat literatuur niet over 'zelfaffirmatie', maar over die vreemde transformatie waardoor we onszelf tegenkomen door ond in de Ander als personage te verdiepen -door onze identitaire drang om te zetten in belangstelling voor de onbegrijpelijkheid van de Ander. Met andere woorden: Literatuur biedt de mogelijkheid 'via onze verbeelding ruimer te zijn dan een identitair gedefinieerd wezen. Schrijvers mogen zich deze mogelijkheid door geen enkel verbod laten ontnemen. 


«   »

Maak een Gratis Website met JouwWeb