Het Geheugen

Nieuwsberichten

120 kilometer archief verlaat Hofstad

De aangroeiende collectie van de Koninklijke bibliotheek gaat in 2026 Den Haag verlaten. Een compleet nieuwe opslagplaats voor de opslag van 4, 4 miljoen boeken, kranten en tijdschriften zal verhuizen naar Midden-Delfland. De huidige voorziening aan het Alexanderhof bij het Haagse Centraal Station voldoet niet meer. Geautomatiseerde robotarmen zullen bibliotheekmedewerkers gaan vervangen die tot op heden de objecten moeten zoeken en ophalen. Daardoor kan de lucht in de opslagruimten worden aangepast en minder zuurstof is beter voor het behoud van de boeken. Vanzelfsprekend is dat het nieuwe onderkomen ook meer ruimte zal bieden dan de oude. Dat moet ook wel want het huidige groeitempo van de collectie ligt op 10 meter per week! De verhuizing zal geleidelijk plaatsvinden in de periode 2026 en 2028. Het nieuwe onderkomen is uitsluitend bedoeld voor de opslag; de publieksfunctie van de KB blijft in Den Haag. 

 

Het warmtefort

Verrassend is het essay van Marieke Lucas Rijneveld voor de boekenweek 2022. Hij keert daarin terug naar zijn basisschool De Regenboog in Nieuwendijk. Dit ontlokt hem ‘de dierbaarste herinneringen’ aan zijn ‘eerste liefde’ dat voor hem een veilig warmtefort is geweest met juf Christa uit groep 1. Het was een gelukzalige tijd in dat ‘rijk der liefde’.

De herinneringen aan de school krijgen een extra dimensie omdat de oude school gesloopt moet worden, maar dat wordt verhinderd door zeldzame vleermuizen die zich meester hebben gemaakt van het leegstaande pand. Het zijn beschermde dieren. In een van zijn twaalf overpeinzingen -Bouwrijp- als  Rijneveld terug is in het dorp om afscheid te nemen van de school ziet hij overal vleermuizen en denkt hij aan vleermuizen. Hij citeert dichtregels van Baudelaire, ‘waar hoop als een vleermuis vlucht’; denkt aan Thomas Nagel die schreef: ‘Vleermuis zijn is de enige manier om te weten hoe het is om vleermuis te zijn.’ Liever dan Baudelaire leest Rijneveld het gedicht ‘Vleermuis’ van Simon Vestdijk uit Klimmende Legenden (1940) dat hij in zijn geheel citeert:

 

Ik ben heel zwart, ik ben de bange held

Van zoveel mugdoorgonsde schemeruren.

Maar overdag dan hang ik aan de schuren,

Lijkbleek, in al mijn lijkkleeren gespeld.

 

Lang slaap ik zoo, tegen de kilste muren,

De kop omlaag, de teenen kromgekneld;

Door alles, zelfs door het bazuingeweld

Van 't laatste oordeel zal mijn slaap heenduren.

 

Toch, 's avonds weer, met klapperende huid,

Dans ik de kringen van een duivelbanner,

Ik dans de polka en de wals van Lanner,

 

Inktvlekken dans ik, heel een schoolschrift uit,-

En alles onder 't treurige gepiep

Dat híj verstaat die kleumend naast mij sliep.

 

Had Thomas Nagel het wel bij het rechte eind?: ‘Vestdijk bewijst in het gedicht dat je je prima kunt inleven in een dier, in een vleermuis.’

Pfeijffer schrijft een vermakelijk boekenweekgeschenk 2022

Een boekenweekgeschenk schrijven gaat lang niet iedereen goed af. Dat is Ilja Leonard Pfeijffer goed gelukt. Montorosso mon amour is een vermakelijke novelle, vol wendingen en een ode aan verhalen vertellen. Ogenschijnlijk zonder betekenis, maar die wel krijgen door ze te vertellen. Dat de auteur zelf door zijn boek loopt is geen snobisme à la Mulisch, maar is hier genietbare zelfspot. Bovendien verplaatst Pfeijffer zich in een interessant vrouwelijk personage Carmen.

Wie weet nog  wie de eerste liefde was van Anton Wachter ?

Niet de iconische Ina Damman, maar Annie Vermeer was in de eerste klas van de lagere school zijn eerste liefde. De anders zo zwijgzame Anton sprak thuis wel over zijn verliefdheid op Annie "voordat die verliefdheid nog goed en wel begonnen was. Verliefdheid, -zo mocht men het wel noemen (...), en verder vrij scherp omschreven trouwplannen had." Zijn ouders waardeerden het dat Anton 'hen van dit plan op de hoogte stelde." In Sint Sebastiaan komt het ook tot een spelen bij Anton thuis en als Janke, de dienstmeid vraagt: 'zo zijn jullie samen?', antwoordt Annie direct: "ja, zo vrijpostig als ze de hele middag nog niet geweest was. Een wilde vervoering doorstroomde Anton." Ook zijn beste vriend Murk Tuinstra vindt Anna het mooiste meisje van de hele school, "waarschijnlijk om Anton een genoegen te doen."